Vlak na de dood
Het was een afschuwelijk ongeluk. De precieze details kan ik hier niet opschrijven, maar zoals elk ongeluk waarbij doden vallen, was het afschuwelijk. Ik stond van een afstandje toe te kijken naar de schreeuwende paniekerige mensen die eigenlijk ook al niet geloofden dat ik nog te redden was. Het was alsof ik naar een film zat te kijken, een volkomen realistisch uitziende driedimensionale film. Een aantal dingen viel op. Ten eerste was het geluid een stuk zachter. Ik hoorde de mensen wel roepen en schreeuwen, maar het was niet hinderlijk en overstemde de geluiden die er wel toe deden niet. Als ik adem had gehaald, had ik mezelf gewoon kunnen horen ademen. Toch kon ik alles helder en zonder problemen verstaan, alsof ik meer wist dan hoorde wat ze zeiden. Ten tweede was er geen temperatuur. Het was niet warm of koud, het was gewoon comfortabel. Ten derde was er geen wind. Ik zag om me heen dingen bewegen in de wind, maar zelf voelde ik niets. Dat versterkte het gevoel dat ik naar een film keek. Kleuren waren er wel, maar op de xe9xe9n of andere manier waren ze niet belangrijk. Het deed er niet toe of ze er wel of niet waren. En toen kwam Freek. Hij zag er anders uit dan de anderen, ik had meteen door dat hij ook een toeschouwer was die naar dezelfde film keek en dat de mensen hem niet konden zien. Hij leek meer kleuren te hebben, echter te zijn en het geluid dat hij maakte kon ik boven alles uit horen, hoe zacht het ook was. Hij liep op me af en pakte me vast. Ik begreep dat het over was en begon te huilen. De schrik zat nog in mijn benen, het ongeloof was nog niet verdwenen en ik wilde niet dat dit waar was. Hij zei niets, hield me alleen maar vast en liet me huilen.
